Posts tonen met het label FC Groningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label FC Groningen. Alle posts tonen

woensdag 3 maart 2010

Hoe is het met?

Paul Mason: ‘Ik heb in Engeland op alle bekende ‘grounds’ gespeeld’

Sommige voetbalcarrières verlopen op een hele bijzondere manier. Neem die van Paul Mason. Begonnen als werkloze Engelsman bij VVK in Groningen, won hij later met Aberdeen de Scottish Cup en speelde hij met Ipswich Town in alle grote stadions van zijn eigen Engeland.


Het voetbalsprookje van Mason begon opvallenderwijs in Delfzijl. Mason verliet als achttienjarige zijn ouderlijk huis in Liverpool om in Delfzijl te gaan werken. Erg succesvol was dat niet want hij verloor al snel zijn baan. Terwijl hij door de week druk zoekende was naar nieuw werk, voetbalde hij in het weekend voor het stad-Groninger VVK. Daar werd hij ontdekt door Piet Fransen. Het was het begin van een prachtige carrière.

Galway United“Henk Nienhuis nodigde mij uit om naar FC Groningen te komen,” herinnert Mason zich. “Ik speelde het eerste seizoen in het tweede en daarna vier jaar in het eerste elftal.” Mason was in die vier seizoenen niet weg te denken als kleine maar uiterst behendige rechtsback van de groen-witten. “Het was een hele mooie tijd. We speelden voetbal in een Engelse stijl.” Het leverde Mason in 1986 zijn Europa-Cup debuut op tegen het Ierse Galway United. “We wonnen met 5-1. Ik scoorde één van de vijf doelpunten in het Oosterpark”

Scoren deed Mason vaker voor FC Groningen als rechtsback. Zijn laatste goal was tijdens de beslissende play-off wedstrijd in 1988 tegen FC Twente. “Dat was een lucky. Ik kreeg de bal tegen mijn kin. Maar we haalden zo wel Europees voetbal, terwijl we dat seizoen helemaal niet goed hadden gespeeld. Voor de fans was dat natuurlijk fantastisch.” Mason was één van de weinige FC spelers die dat seizoen wel regelmatig een goed niveau haalde. Heel stiekem dacht hij dan ook aan een mogelijkheid van een transfer.

A good move
Het werd uiteindelijk Schotland. Aberdeen manager Alex Smith zat op de tribune tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen tegen FC Twente. Smith was in Diekman om keeper Theo Snelders te bekijken. Snelders keepte echter niet, waarna voetbalmakelaar Ton van Dalen Smith op Paul Mason wees. “Dat was ‘a good move’. Ik had altijd al de ambitie om ooit in Groot-Brittannië te voetballen. Die kans kreeg ik toen.” Snelders ging uiteindelijk ook mee naar Schotland, waar zelfs sprake was van een Nederlandse enclave met verder Hans Gillhaus, Peter van der Ven en de stad-Groninger Willem van der Ark. “Hoe is het met Willem,” vraagt Mason meteen. “Ik weet dat hij een aantal modezaken had in Leeuwarden. Maar ik heb al een tijdje niets van hem gehoord.”

Het contact met oud-teamgenoten is sowieso flink verwaterd. “Twee jaar geleden ben ik nog in Groningen geweest op uitnodiging van Joop Gall. ‘Jopie’ had kaarten geregeld voor een wedstrijd van FC Groningen, nog in het Oosterpark. Joop doet het goed bij Veendam hè? Ik zag toen al wel dat hij goede trainingen gaf. Players respect him.” Respect is er ook voor de loopbaan van Mason. Met Aberdeen won hij in 1990 in een bomvol Hampden Park de Scottisch-Cup met bekende spelers als spits Charlie Nicholas en verdediger Alex McLeish, de huidige succesvolle bondscoach van Schotland. “De medailles heb ik nog. Die bewaar ik heel goed, haha”

Southport
In 1992 ging een langverwachte droom van Mason in vervulling. Ipswich Town nam Mason over van Aberdeen, waarna Mason de kans kreeg om zijn eigen Engeland te mogen voetballen. “Dat was prachtig. Ik heb op alle bekende ‘grounds’ gespeeld. Nu ik niet meer voetbal, besef ik wat ik heb meegemaakt.” Mason runt nu een klein hotel in Southport, niet ver van Liverpool. “Ik wil zeker weer een keer naar Groningen komen. Maar dat roep ik elk jaar, haha. In november en december is het hier rustig, dan kan ik mijn eigen tijd invullen. Weet je wat leuk is? Ik kreeg gisteravond een sms van mijn zoon. Hij studeert in Londen en heeft een vriendin uit Groningen op bezoek. Toevallig niet? Hij vroeg mij wat frikandellen en kroketten zijn. Ik zei al: bewaar er maar een paar voor mij, haha.”


Gary Brooke: ‘Ik wilde niet meer weg uit Groningen’

Vanaf 1987 tot halfweg 1988 was de rechterkant van FC Groningen bijna geheel Engels. Paul Mason stond rechts achterin, Gary Brooke was de rechtsbuiten. Kent u ‘m nog? De gedrongen aanvaller met de rappe benen en de scherpe voorzet die in december 1986 plotseling overkwam van Norwich City?


‘Not too bad,’ antwoordt Gary Brooke als we hem vragen hoe het nu met hem gaat. De net 49-jarige Brooke is tegenwoordig voetbalcoach op verschillende scholen in Londen. Daarnaast houdt hij voor de Professional Footballers Association and the Press Association alle feiten van wedstrijden bij zoals het aantal hoekschoppen, overtredingen etc. Brooke geniet er nog steeds met volle teugen van. “Zaterdag ga ik naar de wedstrijd van Leyton Oriënt. En laatst was ik bij Tottenham Hotspur-Liverpool. Ik zie het niet als werk. Ik mag voetbalwedstrijden bekijken zonder ervoor te hoeven betalen. Heerlijk toch?”

UEFA-Cup
Brooke is een kind van Tottenham Hotspur. Hij speelde begin jaren tachtig 73 wedstrijden voor de Spurs, waaronder drie keer als invaller in de FA-Cup finale. Daarnaast maakte hij deel uit van de selectie van de ploeg die in 1984 de UEFA-Cup won. “Ik speelde niet in de finale, maar heb wel een medaille gekregen.” Via Norwich City kwam Brooke eind 1986 bij FC Groningen terecht. “Ik had een geweldige tijd in Groningen, wilde er ook niet meer weg. Maar mijn vrouw en ik kregen ons eerste kind en mijn vrouw wilde per se weer terug naar Engeland. Jammer want we hadden ons gekwalificeerd voor Europees voetbal, daar had ik graag aan meegedaan.”

Frans Thijssen
Brooke is nog altijd goed op de hoogte van de verrichtingen van de FC. “Tottenham Hotspur en FC Groningen zijn altijd mijn clubs gebleven. Het zijn de enige clubs waar ik altijd de resultaten van opzoek. FC Groningen staat nu derde in de league, toch? Ja, geweldig. Ik ben helaas nooit meer terug geweest in Groningen. Dat zou ik toch een keer moeten doen. Ik krijg nog wel elke jaar kerstkaarten van oud-ploeggenoten. Zo stuurt Frans Thijssen nog elk jaar een kaartje. Hij werkt nu in Dubai. Was trouwens een geweldige voetballer, Frans Thijssen.”

Linkerlong
Na zijn terugkeer voetbalde Brooke nog bijna drie jaar op het hoogste niveau. Toen moest hij stoppen omdat het fysiek niet meer ging. “Dat was in maart 1991. Ik voetbalde toen bij Wimbledon. Jammer, de medische staf van Wimbledon was niet zo goed als die van FC Groningen. Bert Koning en Henk Hagenauw wisten mijn knie voor elke wedstrijd namelijk zo te behandelen dat ik zonder pijn kon spelen.” Brooke werd als voetballer niet alleen gehinderd door knieklachten, hij had ook last van een niet goed functionerende linkerlong.
“Dat was het gevolg van een auto-ongeluk in 1983. Daarom was het ook prettig om in Nederland te voetballen omdat het er niet zo fysiek aan toe ging als in Engeland. Martin Koeman zei ook altijd dat ik niet hoefde te verdedigen. Dat was voor Paul Mason. Ik hoefde me alleen maar met de aanval bezig te houden.”

‘Charity’
Eenmaal terug in Engeland ging het fysiek dus snel bergafwaarts en was het niet meer te doen om op het hoogste niveau te spelen. Maar nu ruim zeventien jaar later blijkt Brooke nog steeds actief te voetballen. “Ik speel nog met het Tottenham veteranenteam. We spelen zo’n tien wedstrijden per jaar voor ‘charity.’ Het wordt wel steeds zwaarder. Wij worden alleen maar ouder terwijl de tegenstanders steeds jonger worden, haha. Maar we doen het nog graag, zo verzamelen we veel geld voor het goede doel.”


Mart van Duren: ‘Bij FC Groningen viel ik met de kont in de boter’

In de periode dat Milko Djurovski en Hennie Meijer bij FC Groningen opvielen met hun vaak weergaloze acties had FC Groningen nog een opvallende speler in de gelederen: Mart van Duren. De van oorsprong aanvaller speelde onder trainer Hans Westerhof aan de rechterkant van het middenveld en zorgde zo voor de succesvolle aanvoer naar de spitsen Djurovski en Meijer.


Mart van Duren speelde tussen 1990 en 1994 bij FC Groningen. “Henk Nienhuis haalde mij destijds naar Groningen,” herinnert Van Duren zich nog. “Nienhuis was toen algemeen directeur. Ik was bij FC Den Bosch net derde geworden op de topscorerslijst. Mijn contract in Den Bosch liep af en FC Groningen leek mij de beste optie. De periode Renze de Vries was net afgesloten, de weg naar boven weer ingezet.”

Sterk middenveld
Van Duren viel bij FC Groningen niet op door zijn scorend vermogen. In 90 eredivisieduels maakte hij ‘maar’ zestien doelpunten. “Ik scoorde inderdaad niet veel. Omdat we met Meijer en Djurovski twee goede spitsen hadden stond ik vooral rechts op het middenveld. Ik moest meer voorbereiden, dat was wel even wennen. Maar ik vond het niet erg hoor. We hadden een sterk middenveld met verder ook Harris Huizingh, Jos Roossien, Jan van Dijk en Edwin Olde Riekerink.”

In het Oosterparkstadion werd regelmatig ‘Martha. Martha’ van de tribunes geroepen als Van Duren in balbezit was. Waar kwam die bijnaam vandaan? “Ik kreeg die naam in Den Bosch. Dat was rond 1986, 1987. Iedereen had toen lang haar. Je weet wel, van die matjes in de nek. Bij Den Bosch liepen er veel jongens met lang haar rond: René van Eck, Fred van der Hoorn en ikzelf. Zo is dat ontstaan.” Van Duren nam de bijnaam mee naar Groningen; het was een periode waar hij nog graag aan terugdenkt. “Het publiek was fantastisch, het was altijd uitverkocht. De sfeer in het Oosterparkstadion was altijd zeer goed. Toen had je nog veel jongens uit de regio, Djurovski en Zygmantovitsj waren de enige buitenlanders. En Van Duren, Meijer en Lodewijks kwamen van heel ver. Helemaal uit Amsterdam en Brabant, haha.”

Buitenlandse ervaring
“Na FC Groningen ben ik naar Basel gegaan. Een makelaar uit België belde mij met de vraag of ik interesse had in Basel. Het werd na Racing Jet Brussel mijn tweede buitenlandse ervaring. Het was leuk maar niet te vergelijken met FC Groningen. Bij de FC viel ik net als bij Den Bosch met de kont in de boter. We speelden heel leuk voetbal, haalden twee keer Europees voetbal. Dat vergeet je nooit weer.”

“Ik ben in 2000 teruggegaan naar Nederland. Ik heb een jaar het eerste elftal van Geldrop getraind toen Fred Rutten mij belde en vroeg of ik jeugdtrainer bij PSV wilde worden. Bij PSV train ik nu de C1, ’s middags de B1 en ’s avonds de D1. Ja, inderdaad heel gevarieerd, dat maakt het leuk. Veel voetballers die stoppen willen hoofdtrainer worden. Dat is jammer want zo zijn er maar weinig jeugdtrainers. Bij veel clubs is de jeugdopleiding dan ook een ondergeschoven kindje. Bij PSV zijn we gelukkig behoorlijk succesvol. Zo zijn er de laatste drie seizoenen zeven spelers doorgestroomd naar de eerste selectie. Van Ibrahim Affelay tot Stijn Wuytens. Jongens met wie ik ook gewerkt heb. Ja, het is erg leuk om te zien dat ze dan ook daadwerkelijk de stap naar het eerste elftal maken.”

maandag 22 februari 2010

Topscorer Tim Matavz: ‘Ik heb geleerd om agressiever te zijn’

Hij moest dit seizoen even op gang komen. Maar toen de motor eenmaal liep was het ook meteen goed raak. Sinds de thuiswedstrijd tegen Heracles Almelo -op 6 november van het vorig jaar- weet Tim Matavz met regelmaat het net van de tegenstander te vinden. Eindelijk lijkt Matavz de belofte in te gaan lossen. “Ik had tijd nodig om te wennen aan het voetbal in Nederland.”

Tim Matavz is met zijn goals niet meer weg te denken uit het elftal van Ron Jans. Hoe anders was dat aan het begin van het seizoen. In de openingswedstrijd tegen Ajax koos Jans voorin voor het duo Pedersen- Koç. Matavz moest het die middag doen met een invalbeurt. En dat ondanks het vertrek van Marcus Berg naar HSV, waardoor er een plek in de spits vrij was gekomen. “Natuurlijk zag ik het vertrek van Marcus als een kans,” reageert Matavz. “Na de wedstrijd tegen Ajax dacht ik echter alleen maar: ‘Blijf hard werken op de training. Daar moet ik de trainer zien te overtuigen en dan komt het goed.’ Dat is gelukt.”

Harder werken
Toch duurde het nog een tijdje voordat Matavz bij FC Groningen een vaste waarde werd in de spits. In de bekerwedstrijd tegen FC Utrecht in september liet hij zich even zien door als invaller twee keer te scoren. Maar pas tegen Heracles kwam hij echt los met opnieuw twee goals en dat weer als invaller. Sindsdien is de doelpuntenteller bij Matavz gaan lopen. “Ik heb geleerd om agressiever te zijn,” verklaart Matavz de positieve verandering die hij heeft ondergaan. “Daardoor ben ik een betere voetballer geworden. En ik heb geleerd om harder te werken, ook voor de ploeg. Want het gaat uiteindelijk om de resultaten van het team.” En die lijken inderdaad hand in hand te gaan met de doelpunten van de Sloveense spits. Want sinds Matavz is gaan scoren, zijn de prestaties van de FC ook een stuk beter geworden.

‘Hier gaat het voetbal een stuk sneller en ligt het niveau een stuk hoger’

“In mijn eerste twee seizoenen was ik nog ‘een jongen’,” gaat Matavz verder in zijn uitleg. “Ik begreep niet wat er gevraagd wordt om betaald voetballer te zijn. Nu begrijp ik dat wel. Het was in het begin ook moeilijk omdat de overstap van Slovenië naar Nederland groot is. Hier gaat het voetbal een stuk sneller en ligt het niveau een stuk hoger. Ik had tijd nodig om daar aan te wennen.” Maar het kwartje lijkt nu gevallen bij het 21-jarige spitsentalent. Het deed de leiding van FC Groningen zelfs besluiten om de optie in het contract van Matavz te lichten. Matavz blijft nu tot medio 2012 in Groningse dienst. “Ik ben daar hartstikke blij mee. Het bevalt me uitstekend hier bij FC Groningen, vind het leuk om hier te kunnen voetballen.”

Wedstrijd tot wedstrijd
Matavz heeft nu de status van topscorer van FC Groningen. “Het voelt erg goed om veel doelpunten te maken. En hoe meer ik scoor, hoe meer punten we kunnen halen. Daar gaat het toch om.” Matavz vergeet het teambelang niet. Maar hij kijkt toch ook wel naar zijn individuele prestatie? “Ik ben niet bezig met hoeveel doelpunten ik aan het eind van het seizoen heb gemaakt. Ik bekijk het van wedstrijd tot wedstrijd. En dan zie ik wel hoeveel ik uiteindelijk heb gescoord. Maar natuurlijk hoop ik veel doelpunten te maken, dat spreekt voor zich.”



WK
Waar kunnen de doelpunten van Matavz dit seizoen nog tot leiden? Wellicht zelfs een uitverkiezing voor het WK met Slovenië? “Ik richt me nu helemaal op FC Groningen,” zegt Matavz. “Maar als ik goed blijf spelen en ik blijf scoren, wie weet. Het is niet mijn keuze maar die van de bondscoach. Het zou geweldig zijn als hij me belt. Want het is voor iedere speler fantastisch om op het WK te mogen spelen. Slovenië is geen groot voetballand zoals Nederland. Zo vaak heeft Slovenië ook niet meegedaan aan een WK. Dus het zou mooi zijn om erbij te zijn.”

‘Ik ben erg trots op Slovenië’

Matavz kan zich het moment van kwalificatie van zijn thuisland nog goed herinneren. Het favoriete Rusland van Guus Hiddink werd op 18 november vorig jaar in Maribor met 1-0 verslagen en dat was voldoende om de 2-1 nederlaag uit de heenwedstrijd weg te poetsen.
“Die overwinning was geweldig,” glundert Matavz. “Ik ben erg trots op Slovenië. Vooral de tweede wedstrijd speelden we erg goed. We hadden zeker vaker dan één keer kunnen scoren.” De overwinning op Rusland was een enorme verrassing. Wellicht dat Slovenië opnieuw voor een surprise kan zorgen in Zuid-Afrika. “Je weet het nooit. We moeten gewoon keihard ons best doen en zien wat dat oplevert.”

Goran Lovre over Tim Matavz:
“Het is fantastisch om te zien dat ons grootste talent zichzelf is gaan manifesteren. Dat is niet alleen mooi voor hemzelf, maar ook voor het team. Hij kan van dezelfde waarde voor de club worden als Suarez en Berg. Tim is nog niet zover maar hij is wel op de goede weg. Ik heb daar heel veel vertrouwen in. De samenwerking tussen ons beide in het veld gaat steeds beter. In het begin was hij alleen maar bezig met de bal. Hij had tijd nodig om te begrijpen dat je ook hard moet werken voor de ploeg. Dat doet hij nu en je ziet dat hij daardoor ook meer zelfvertrouwen krijgt.”

Ron Jans over Tim Matavz:
“Ik ben zeer tevreden over Tim. Volgens mij begint hij steeds meer door te krijgen dat je er als topsporter veel voor moet doen. En dat je niet alleen maar kunt teren op je talent. Dat heeft te maken met trainen, met kracht, inhoud en duels aangaan. Maar ook met voeding en rust nemen op de juiste momenten. In het begin moesten we hem van alles aanreiken. Dat is nu niet meer nodig, Ja, nu komt zijn talent tot bloei.”

dinsdag 29 december 2009

Ron Jans: ‘Ik vind nog steeds dat we de kwaliteiten hebben om in het linkerrijtje te spelen’


Ron Jans hoopte na de teleurstellende competitiestart dat het herstel zich snel zou inzetten. Af en toe leek het ook die kant op te gaan. Maar het echte herstel diende zich nog niet aan. Zo staat FC Groningen halverwege de competitie op een positie waar Ron Jans zijn laatste seizoen bij de FC niet mee hoopt af te sluiten. Want dat was de afgelopen maanden misschien wel het grootste nieuws: het aangekondigde afscheid van Jans.


We hebben met Ron Jans afgesproken bij Café De Drentsche AA, inderdaad liggend aan de Drentse Aa, op loopafstand van zijn huis in Schipborg. Het is niet voor niets dat we elkaar hier treffen. Want sinds Jans in november bekend maakte dat dit zijn laatste seizoen is bij FC Groningen, is dit misschien wel dé plek om daar even bij stil te staan. “We wonen hier al twintig jaar,” vertelt Jans. “Het is een dorp waar iedereen elkaar kent. Al is het wel zo dat ik veel minder sociale contacten heb sinds ik trainer ben van FC Groningen. Maar dit is wel mijn omgeving, al zal ik hier waarschijnlijk dus niet blijven wonen.”


Op tafel gooien

We staan op de brug boven de Drentse Aa als Jans vertelt over het moment dat hij besloot dat dit zijn laatste jaar is bij de FC. “Het was in oktober, op een maandag. De jongens waren allen thuis en toen besloot ik het op tafel te gooien. Ik vroeg iedereen wat ze ervan zouden vinden als ik zou stoppen. Toen was het voor mij duidelijk en heb ik de knoop doorgehakt.” Daarna was het wachten op de besprekingen met Hans Nijland en Henk Veldmate. “Ik moest het nog een tijdje voor me houden. Dat was best lastig want het liefst gooi ik het er meteen uit. Ik vond het wel leuk dat volgens mij niemand iets heeft gemerkt.”


‘Als mens heb ik mij ontwikkeld en wil ik mij verder ontwikkelen’


“Vlak voor het gesprek met Nijland en Veldmate vroeg ik me wel af: ‘zou ik nog gaan twijfelen?’ Maar het gevoel bleef hetzelfde. Ja, natuurlijk doet het me wel wat. FC Groningen is echt mijn club. Nog meer dan FC Zwolle waar ik toch ben begonnen met voetballen. Maar als mens heb ik mij ontwikkeld en wil ik mij verder ontwikkelen. Dus verstandelijk gezien is dit een beslissing die mij toont zoals ik in het leven sta: ‘gooi jezelf maar weer in het diepe en redt je maar.’ Soms gaat dat ook wel eens mis maar dat is niet erg. Gelukkig ben ik in de omstandigheid dat ik die keuze kan maken.”


Mooiste scenario

Onder het bewind van Jans wist FC Groningen in 2006 en 2007 Europees voetbal te halen. Dat lijkt halverwege dit seizoen ver weg. Toch ziet Jans nog genoeg mogelijkheden voor een mooi afscheid. “Dat is natuurlijk het mooiste scenario: dat we slecht zijn begonnen en het seizoen mooi eindigen. Mensen onthouden toch altijd meer van de tweede dan van de eerste helft. Wat dat betreft is er nog veel ruimte voor ons.”


Maar dan zullen de prestaties wel moeten verbeteren. Want niemand had vooraf verwacht dat FC Groningen na zeventien duels met zeventien punten op een twaalfde plaats zou staan. “Ik vind nog steeds dat we de kwaliteiten hebben om in het linkerrijtje te spelen,” vindt Jans. “Er zijn momenten in wedstrijden geweest dat het er heel aardig uitzag. Dat heeft echter nog te weinig opgeleverd. We kregen wel een paar keer het gevoel dat het herstel zich had ingezet, maar uiteindelijk zette zich dat niet door.”



‘We hebben een paar jongens nodig die de boel op sleeptouw kunnen nemen als het wat tegenzit’


Jans probeert te verklaren waar dat aan ligt. “Bij tegenslag zijn we nog niet sterk genoeg gebleken. We hebben een paar jongens nodig die de boel op sleeptouw kunnen nemen als het wat tegenzit. En daarin zijn we tekort geschoten. En door blessures en schorsingen werden we soms gedwongen om weer naar nieuwe dingen te zoeken. Maar dat heeft ook z’n bekoringen. Want hoe erg en vervelend de zware knieblessure van Sepp De Roover ook is, Tom Hiariej heeft daardoor wel weer een kans gekregen. Want we vonden al dat Tom te weinig speelde om door te kunnen ontwikkelen. En zo zijn we ook blij met de ontwikkeling van Leandro Bacuna.”


Tegenslag

Jans noemde al de blessures die zijn selectie regelmatig teisteren. Maar daar wil hij zich niet achter verschuilen. “We moeten niet over onszelf afroepen dat we alleen maar pech hebben. Nee, ik zoek liever naar oplossingen. Kijk, vorig seizoen wonnen we veel uitwedstrijden met 1-0. Soms gelukkig en niet altijd met goed voetbal, maar we hielden wel de nul. Nu maken we vaak ergens een fout of meerdere fouten en lopen we achter de resultaten aan. Bij tegenslag weten we niet altijd het juiste antwoord te vinden en verliezen we de wedstrijd.”


Jans noemt een aantal wedstrijden waarin FC Groningen wel degelijk goed voetbal liet zien, maar waar het resultaat uiteindelijk teleurstellend was. “We begonnen heel goed tegen Willem II, tegen ADO waren we de eerste helft beter en ook tegen Feijenoord speelden we een heel goede eerste helft. Maar na een tegendoelpunt vallen we ineens ver terug. Dat is iets wat moet verbeteren. Zo’n tegengoal brengt een soort van schokeffect teweeg waardoor we ineens minder kort gaan dekken of met minder overtuiging de duels ingaan. Maar vooral in balbezit durven we minder te voetballen. En juist in zo’n fase vallen doelpunten en worden wedstrijden beslist.”’



‘We hebben nog genoeg te winnen dit seizoen’


“Natuurlijk werken we eraan. Maar dat is lastig om op te trainen want het is iets mentaals. Dat soort dingen zijn moeilijk na te bootsen op de training. Waar ik me aan vasthoud is dat in de voetballerij in één moment alles anders kan zijn. We hebben wat dat betreft nog genoeg te winnen dit seizoen. Wat ik leuk vind is dat we tegen Feijenoord in de eerste helft domineren, vooruit voetballen en druk zetten op de bal. Zo willen we graag voetballen. Maar dan wel 90 minuten en niet 45.”


Een geweldige tijd

Jans is nog altijd positief over het mooi afsluiten van zijn laatste seizoen bij FC Groningen. “Als we alsnog de playoffs halen, dan zijn de meeste mensen hartstikke tevreden.” Is Jans al bezig met de periode na FC Groningen? “Dat is nog ongewis en hartstikke spannend. Ik denk wel eens: ’waar kom ik terecht?’ Ik moet zeggen dat me dat een lekker gevoel geeft. En dat is een steun in de rug want de resultaten geven mij nog geen lekker gevoel. Gelukkig geeft iedereen binnen en rond de club -de spelers, het personeel, het publiek, de pers- mij nog wel steeds een goed gevoel. Alleen daarom hoop ik dat het alsnog een mooi seizoen wordt. En zo niet, dan blijft FC Groningen voor mij een geweldige tijd. Dat kan echt niet meer kapot.”

zaterdag 19 december 2009

Matt Bauscher, basketballer van GasTerra Flames: ‘Voor ons juicht niemand als wij een schot missen’

Zoals veel spelers van FC Groningen regelmatig wedstrijden van GasTerra Flames bezoeken, zo zitten er ook vaak basketballers van de Flames op de tribune van Euroborg. Spelverdeler Matt Bauscher zag tegen FC Utrecht voor het eerst van zijn leven een voetbalwedstrijd en was meteen verkocht. Reden voor het FC Groningen Journaal om de Amerikaan in Groningse dienst uit te nodigen voor de thuiswedstrijd tegen NEC.

Het is half twee, een uur voor het begin van de wedstrijd, als een Volkswagen met het logo van GasTerra Flames naast het stadion parkeert. De auto oogt niet groot maar weet wel drie Amerikaanse basketballers te herbergen. Matt Bauscher is de eerste die uitstapt. “Ik heb twee teamgenoten meegenomen: Matt en Matt,” roept hij lachend. Worden we meteen in de maling genomen? Nee, want Matt 2 is Matthew Otten, net als Bauscher spelverdeler. En de derde Matt is de pas aangetrokken Matt Haryazs. Aan hem is met zijn 2.10 meter duidelijk te zien dat we hier niet met voetballers te maken hebben.

Martiniplaza

Bauscher heeft zin in de wedstrijd die komen gaat. Het duel tussen FC Groningen en FC Utrecht maakte eerder zo’n indruk dat het voetbalspelletje er direct een nieuwe liefhebber bij kreeg. “Voordat ik naar Nederland kwam, wist ik niet veel van de sport,” vertelt Bauscher. Maar als je in Europa woont, dan ga je het vanzelf leuk te vinden.” Dat overkwam Bauscher dus tijdens de wedstrijd tegen Utrecht. “Het was geweldig. Alleen de uitslag, 0-0, was jammer. We hoopten op een doelpunt maar die kregen we helaas niet te zien. De fans zijn super. Het is mooi om daar tussen te zitten. Ze zorgen voor een fantastische sfeer. Het lijkt wel wat op onze wedstrijden in Martiniplaza, maar dan in de buitenlucht.”

‘Als FC Groningen maar gaat winnen, dan zijn wij gelukkig’

Bauscher en zijn twee ‘teammates’ zien op het plein voor de hoofdingang van Euroborg plotseling een kraam waar hot-dogs te krijgen zijn en kunnen het als rasechte Amerikanen natuurlijk niet laten om er één te bstellen. De mensen die bij de kraam staan kijken wat verbaast en vragen zich af wie deze drie Engels sprekende lange mannen zijn. Bauscher is dus nog niet zo bekend in Groningen. Maar dat maakt hem niet uit. Hij is hier vanmiddag alleen maar om naar voetballen te kijken. “We gaan winnen,” klinkt het al als een echte FC fan. “Dat is het belangrijkste. Als FC Groningen maar gaat winnen, dan zijn wij gelukkig.”

De hot-dogs ondertussen naar binnen werkend, vertelt Bauscher over de verbazing dat zich de vorige wedstrijd een paar keer meester van hem maakte. “De score gaat heel anders. In basketbal gaat de score op en neer, kan het verschil groot maar ook zo weer klein zijn. Maar als je met voetbal drie of vier doelpunten voorstaat, dan heb je de wedstrijd ‘pretty much in the bag.’ En met de klok tellen wij naar beneden, met voetbal gaat de tijd juist de andere kant op. Daar moet ik wel aan wennen.”

Gekkenhuis

Bauscher, Otten en Haryazs zijn vanaf het begin geboeid door het spel dat FC Groningen en NEC op de mat leggen. Overduidelijk is dat de heren partij hebben gekozen voor hun Groninger sportcollega’s. “Ik weet niet veel van voetbal maar ik denk wel dat ‘wij’ de betere ploeg zijn,” zegt Haryazs over de spelverhoudingen. Hij geniet. “De fans uit Groningen zijn heel bijzonder. Ze helpen het team echt vooruit.” Het is dan ook FC Groningen dat via Tim Matavz snel op voorsprong komt. Vooal Bauscher is blij want hij ziet voor het eerst ‘live’ een doelpunt. “Geweldig,” roept hij enthousiast. “Wat een gekkenhuis.”

‘Opvallend is vooral dat iedereen juicht als er een kans wordt gemist’

Bauscher is net als Haryazs onder de indruk van het publiek. “We schreeuwen de longen uit ons lijf. We proberen FC Groningen te steunen maar we hebben geen idee wat de fans roepen. Het lijkt een beetje op ‘go home’ maar we begrijpen er niet veel van. Haha, ik kan ook niet hard fluiten, daar moet ik nog hard aan werken.” Otten zit voor de derde keer dit seizoen in Euroborg maar ook hij verbaast zich nog steeds over de voetbalfans. “Het is mooi om te zien hoe de mensen hier tekeer gaan bij elke actie. Ik heb zoiets nog nooit eerder gezien.” Bauscher: “Opvallend is vooral dat iedereen juicht als er een kans wordt gemist. Voor ons juicht niemand als wij een schot missen.”

Wennen

De basketballers blijken naarmate de wedstrijd vordert steeds meer kijk op het spelletje te kijken. Als Tom Hiariej een gele kaart krijgt is de reactie van Bauscher overduidelijk. “Man, die Nederlandse scheidsrechters!” En ook de gemakkelijk vallende Lorenzo Davids van NEC krijgt een sneer van de Amerikaan. “Hij acteert alleen maar. Hij irriteert me mateloos.” Uiteindelijk eindigt het duel in een gelijkspel, net als tegen FC Utrecht. Maar met het verschil dat er dit keer wel is gescoord. “Ik ben nog nooit naar een wedstrijd geweest die eindigde in een gelijkspel. Dat is nog steeds wennen. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je met een gelijkspel tevreden kunt zijn.”

Bauscher meets Hiariej en Luciano
Na afloop van FC Groningen-NEC nemen we Matt Bauscher mee naar de spelerstunnel om kennis te maken met een aantal spelers van de FC. De eerste die we tegen het lijf lopen is Tom Hiariej. “Ik weet dat Tom een verdedige
r is die aan de rechterkant speelt,” reageert Bauscher als hij wordt voorgesteld aan Hairiej. “Ja, ik begin jullie een beetje te leren kennen. Je speelde goed tegen NEC. Ik vond het in elk geval heel boeiend.” Hiariej kent op zijn beurt Bauscher misschien nog wel beter want Hiariej zit bijna elke thuiswedstrijd van de Flames achter één van de baskets. “Matt is een goede speler. Volgens mij is zijn driepunter zijn grote kwaliteit. Wat zo leuk is aan basketbal? Er is altijd actie. Voetbal heeft rustmomenten maar bij basketbal gebeurt altijd wel wat.”
Even later komt Luciano voorbij lopen. “Hij kan enorm hoog springen,” weet Bauscher. Luciano lacht. “Ik ben heel licht dus daarom kom ik gemakkelijk van de grond. En ik ben best klein dus daarom moet ik het wel van mijn sprongkracht hebben.” Luciano vraag aan Bauscher hoe het hem bevalt in Groningen. “Uitstekend,” antwoord hij. “Groningen is een enorm leuke stad. Jij komt toch uit Brazilië? In Brazilië hebben ze hele mooie vrouwen, echt ‘amazing’.” “Ben je single?,” vraagt Luciano op zijn beurt. “Dan help ik je zo aan een vriendin, haha.” Heeft Luciano trouwens iets met basketbal? “Ik vind basketbal erg leuk. Het is een heel technische sport en er wordt gevochten om elk punt. De volgende thuiswedstrijd zit ik ook zeker weer in Martiniplaza.”

Met dank aan www.henkeggens.nl voor de foto's :)

maandag 9 november 2009

Bjarne Jensen plaveide de weg voor de Denen

De Nederlandse eredivisie kende door de jaren heen heel wat goede voetballers uit Denemarken. De eersten die echt naam maakten waren Soren Lerby en Frank Arnesen in de jaren zeventig bij Ajax. Met de komst van Thomas Enevoldsen en Morten Nordstrand is Denemarken tegenwoordig samen met Zweden de buitenlandse hofleverancier van FC Groningen. Eén van de eerste Denen die zijn geluk in Groningen beproefde was Bjarne Jensen. Hij kwam in 1969 -een dag na zijn trouwen- naar Nederland en keerde exact zes jaar later -vanwege een zware heupblessure- terug naar Denemarken.

Het is bekend van Scandinaviërs dat ze over het algemeen makkelijk hun talen leren. Zo spreekt Fredrik Stenman goed verstaanbaar Nederlands, iets wat ook geldt voor Petter Andersson. Bjarne Jensen spreekt nog steeds ‘een klein beetje’ Nederlands. “Maar veel woorden ben ik vergeten,” voegt hij er meteen aan toe. Dus gaat het gesprek vooral in het Engels; een taal die de voormalige aanvaller van FC Groningen zeer goed beheerst. “Mijn vrouw komt uit Schotland, vandaar.”

Bijzondere huwelijksreis
Via Schotland kwam Jensen op 16 december 1969 naar -toen nog- GVAV. “Ik voetbalde bij Greenock Morton Football Club. Ludwig Veg was de trainer van GVAV en hij was bevriend met de bondscoach van Denemarken. Zo kwam GVAV met mij in contact.” De overgang naar Groningen was voor Jensen een ervaring die hij nooit meer zou vergeten. “Ik ging een dag na mijn trouwdag naar Groningen. Ja, dat was puur toeval. De transferperiode begon in die tijd op 15 december dus vandaar dat ik meteen kon verhuizen naar Groningen. Je kunt gerust zeggen dat het een bijzondere huwelijksreis was.”

“Ik was aanvaller. We hadden een prima ploeg met Tonny van Leeuwen, Martin Koeman, Piet Fransen, Henk Cornelis, Jan Schipper en Ab Gritter. In december 1975 ben ik teruggegaan naar Denemarken omdat ik een zware heupblessure had opgelopen. Het was einde carrière. Pas acht jaar geleden heb ik een nieuwe heup gekregen. Terug in Denemarken ben ik trainer geworden, als eerste in Aalborg waar ik drie jaar trainer ben geweest. Daarna zijn we teruggegaan naar Schotland waar ik jeugdtrainer was bij Celtic. En op 1 augustus 1982 zijn we weer teruggekeerd naar Denemarken omdat de kinderen naar school moesten.”

Dankzij het café heb ik nog heel lang Nederlands gesproken’

Jensen en zijn familie vestigden zich in Silkeborg waar Jensen een café begon. “Ik heb 23 jaar lang dat café gerund. Dankzij het café heb ik nog heel lang Nederlands gepraat omdat er jaarlijks veel Groningers naar het café kwamen.” Naast eigenaar van het café was Jensen ook trainer van verschillende teams van Silkeborg, de club die tegenwoordig in de hoogste divisie van Denemarken voetbalt. “Ik ben manager van de club geweest. En tot vorig seizoen was ik nog coach van een jeugdteam van Silkeborg maar daar ben ik mee gestopt. Waarom? Ach, ik vond het wel genoeg. Ik heb vanaf mijn zesde in het voetbal gezeten. Dat is lang genoeg, haha.”

Golfbaan
Jensen geniet van het vrije leven dat hij nu heeft en vult zijn tijd vooral met golfen. “Ik speel het tegenwoordig heel vaak. Ik woon maar 300 meter van de golfbaan dus dat maakt het gemakkelijk voor me om het veel te spelen.” Met voetbal houdt hij zich dus niet meer actief bezig. Maar op de achtergrond volgt hij nog zoveel mogelijk, zoals de verrichtingen van FC Groningen.”Ik bekijk nog steeds elke week de uitslagen op internet. Ik wil ook zeker weer een keer teruggaan naar Groningen. Mijn vrouw wordt volgend jaar 60 en dan gaat ze met pensioen. Dan gaan we absoluut een paar dagen een bezoek brengen aan Groningen. De competitiestart was niet zo goed, toch? Ze missen ervaring denk ik.”

Maar met zijn drie landgenoten in de selectie -Nicklas Pedersen, Thomas Enevoldsen en Morten Nordstrand- denkt Jensen dat het wel weer goed zal komen met FC Groningen. “Thomas is een groot talent, misschien wel de grootste van Denemarken. Daarom was ik best wel verrast toen ik hoorde dat hij naar FC Groningen was gegaan. Thomas verplaatst heel makkelijk de bal. Zijn vader was dezelfde type voetballer. Ik heb nog tegen hem gespeeld, kon het goed met hem vinden. Hoe gaat het trouwens met Nicklas Pedersen? Is hij alweer helemaal fit? Toen hij bij FC Nordsjælland voetbalde vond ik hem een zeer goede speler. Daar gaat FC Groningen zeker nog plezier aan beleven.”

De overgang naar het Nederlandse voetbal was voor mij niet zo groot’

Jensen plaveide bijna veertig jaar geleden al de weg voor de Denen die alle jaren erna de Nederlandse competitie versterkten. “Het is niet verrassend dat Deense voetballers het vaak goed doen in Nederland want de overgang is niet zo groot. De weersomstandigheden zijn hetzelfde, de cultuur ook. Het voetbal gaat een stuk sneller maar daar wen je wel aan. De overgang naar het Nederlandse voetbal was voor mij niet zo groot. In Schotland -waar ik daarvoor speelde- werd er soms heel hard gespeeld dus ik was wel wat gewend.”

Ondanks dat zijn landgenoten via FC Groningen de kans hebben gekregen om wellicht later nog meer hogerop te gaan is Jensen geen voorstander van het opstellen van een ongelimiteerd aantal buitenlanders. “Ik vind dat je het moet maximaliseren. Een limiet van drie of vier buitenlanders zou goed zijn. Dan geef je de eigen talenten ook meer kansen. Ja, in mijn tijd was dat heel anders. Toen speelden er bijna alleen maar spelers uit de provincie. Dat was erg leuk. Dat spreekt het publiek ook aan. Aan de andere kant; als je wint dan vinden de supporters het ook goed dus zoveel maakt het ook weer niet uit.”

Huize Tavenier
Nog even denkt Jensen terug aan zijn periode bij FC Groningen. “We woonden aan de Beethovenlaan Dat was een geweldige tijd. Ik heb er nog zeer mooie herinneringen aan. Zo zijn twee zonen van mij -Scott en Lars- geboren in Huize Tavenier. Dat vergeet je natuurlijk nooit meer. Ik herninner me nog dat we met GVAV in blauw-witte shirts speelden met een rode ster op de borst. Toen we veranderden in FC Groningen, speelden we in het groen-wit en paars.” Jensen reageert verheugd als hij hoort dat FC Groningen tegenwoordig tijdens uitwedstrijden weer in het paars speelt. “Wat leuk.” Hij wordt ook enthousiast als hij hoort dat Piet Fransen nog steeds actief is voor de club. “Doe je hem de groeten? En ook aan Henk Veldmate? Ik heb Henk een paar jaar geleden nog gesproken in Denemarken, samen met Ole Fritsen. Henk begon zijn carrière bij FC Groningen vlak voordat ik wegging. Mooi dat hij nog steeds bij de club is.”

donderdag 15 oktober 2009

Spanjaarden in Assen: toeval of niet...

Heel lang ben ik iemand geweest die zei dat toeval wel degelijk bestaat. Je kent dat wel: je denkt aan iemand en plotseling kom je diegene tegen terwijl je hem of haar daarvoor lang niet hebt gezien. ‘Ach, dat is toeval.’ Misschien wel want ik denk wel vaker aan iemand maar ik kom hem of haar niet meteen tegen. Na vorige week heb ik echter toch sterk het gevoel dat toeval niet bestaat.

Ik ging vorige week -zaterdag 29 augustus- samen met FC Groningen spits Gonzalo Garcia voor een reportage naar de start van de Vuelta in Assen. Dat moest toch wel een leuk item opleveren: een Spanjaard uit Groningen bij de start van de Ronde van Spanje in Assen… We kwamen laat aan op het TT-circuit omdat we erg lang moesten wachten op de vele toerfietsers. Nog steeds snap ik niet wat de organisatie bezielde om de toerfietsers langs de aanvoer van de vele bezoekers te leiden.

Derde box
Gelukkig hadden we nog genoeg tijd om in elk geval rustig langs de pitsboxen te lopen waar de renners konden warm rijden voor de proloog. Bij de derde box bleef Gonzalo plotseling staan. Hij keek naar de andere kant: ‘Dat is een bus uit Galicië, de streek waar ik vandaan kom.’ Gonzalo wees naar de bus van Xacobeo Galicia. Dat konden we natuurlijk niet aan ons voorbij laten gaan.

Ik loop meteen naar de ingang van de box. Twee mannen staan rustig te praten en hebben geen aandacht voor mij. Ik besluit me maar in het gesprek te mengen. ‘Mag ik even wat vragen? Ik heb hier een voetballer van FC Groningen die afkomstig is uit jullie streek…’ Ik wil mijn verhaal vervolgen maar ik krijg er de kans niet voor omdat beide heren hun aandacht ondertussen hebben gericht op Gonzalo. ‘Hoe heet je?’ vraagt de man links aan Gonzalo. Gonzalo stelt zich netjes voor. De mannen kijken met verbazing eerst naar elkaar en dan naar hun landgenoot. ‘Recoba, jij bent Recoba,’ reageren ze in koor.

Knuffelen
Ik denk even dat de heren in de war zijn. Hij zei toch echt Gonzalo? En Recoba is toch die Uruguyaan? Maar Gonzalo reageert instemmend. Recoba was de bijnaam van Gonzalo in Spanje. Meteen begint de man links Gonzalo te knuffelen. ‘Och jongen, we hebben het zo vaak over je gehad. Hoe gaat het nu met je?’ Dan weet Gonzalo het ook. De man blijkt de teamarts te zijn van Galicië onder zeventien waar Gonzalo acht jaar geleden in speelde. Sindsdien hebben beide elkaar niet meer gezien en nooit meer iets van elkaar gehoord.

De man, Juan Manuel Batista, kan zijn geluk niet op. ‘Het is zo mooi Gonzalo weer te zien. We wisten niet wat er met hem was gebeurd. Hij was een ontzettend groot talent.’ En dan komen beide elkaar na al die jaren uitgerekend tegen in Assen. Ook voor Gonzalo was het een indrukwekkend begin van een heel leuke middag in La Vuelta. Een middag die wellicht anders was verlopen als we niet anderhalf uur hadden moeten wachten op die toerrijders. Misschien bestaat toeval wel. Maar ik vind het nu wel leuk om te geloven dat dat niet zo is.

NB Als die Juan nou gewoon op internet had gezocht, dan had hij geweten Gonzalo alweer een tijdje in Nederland voetbalt. Dan had ik dit blog ook niet hoeven schrijven 